DE VERO ANNO – Afl. 9: Het Jezus-Mysterie (2)= Prof.Robert Jan Kelder

 
   

 

СЕРБСКЕ ИНТЕРНЕТ НОВИНЕ
 
 
 THE SERBIAN INTERNET NEWS
 
 
  
      

 
 

 Get a scroller sign at http://www.crazyprofile.com.com!

  INTERNET NOVINE SERBSKE

       http://internetnovineserbske.spaces.live.com/default.aspx

 

 

 

 

KOSA

 

 

 

 

GLAVNI I ODGOVORNI UREDNICI

 

     
 
 

===========================================

==================

===

 DE VERO ANNO – Afl. 9: Het Jezus-Mysterie (2)
 
CHRISTUS VAN GRUENEWALD  
 
DE VERO ANNO – Afl. 9 Het Jezus-Mysterie (2) – Trouw Religie & Filosofie‏
From: rjkelder (rjkelder@planet.nl)
Sent: Saturday, March 06, 2010 4:37:47 PM
To: secretariaat@antrop-ver.nl; info@bijbelsmuseum.nl; info@dasgoetheanum.ch; sekretariat@goetheanum.org; motief@antrop-ver.nl; info@museumparkorientalis.nl
Cc: antroposofischebib brugge (antroposofischebib.brugge@pandora.be); redactie@bres.org; Nearchus (info@nearchus.nl); nexus@nexus-instituut.nl; SRPSKA ARMIJA (the.serbianarmy@hotmail.com)

DE VERO ANNO – Afl. 9: Het Jezus-Mysterie (2)

Inleiding door de vertaler: Met deze 9de aflevering van dit vertaalproject van het boek “Wakker worden aan Goethe” van de antroposoof Werner Greub begint de grondige uiteenzetting van de schrijver met het boek “A New Chronology of The Gospels” van de Britse antroposoof en priester van de Christengemeenschap Ormond Edwards. Deze stoelt zich op de Joodse historicus Flavius Josphus (zie de afbeelding) en ook Rudolf Steiner, maar op een zodanige wijze die door Greub als niet houdbaar wordt afgeschilderd.

Rudolf Steiner

Nu heeft een zekere Blans op 25 februari jl. de moeite genomen om de volgende reactie op de vorige 8ste aflevering te plaatsen (hier weergegeven in de eigen spelling): “Als ruziënde dogmatitie, zo ken ik de antroposophen weer.”

Hoewel ik in mijn inleiding op deze e-feuilleton in uitzicht gesteld heb om op immanent-kritische reacties in te gaan en hoewel deze reactie, zoals overigens de meeste andere reacties van de waarde lezers, niet als een immanent-kritische, dus geredeneerd vanuit de zaak zelf, kunnen gelden, wil ik hier toch op ingaan, omdat deze reactie mij enigszins symptomatisch lijkt voor het algemene beeld dat men van de antroposofen hier te land handhaaft cq. door de media af en toe krijgt voorgeschoteld: ruziënde dogmatici die aangezien de barre noden en omstandigheden in de wereld blijkbaar niets beter te doen hebben dan in het openbaar met elkaar rollend over de straat te gaan (dit was vooral het geval zo’n tien jaar geleden over de door beunhazen aangewakkerde kwestie: Rudolf Steiner wel of niet racist). Wat maakt het nu uit voor de mensheid op aarde als een stel antroposofen het niet eens zijn over de vraag of het leeftijdsverschil tussen de twee Jezuskinderen nu 1 of 5 jaar is?

Welnu, Blans heeft in zijn reactie eigenlijk maar deels gelijk, namelijk in die zin dat de werkelijke gang van zaken veel erger is dan hij die stelt. Zoals al eerder in deze blog aangeduid, heb ik in mijn inleiding “Graaloorlog om het Goetheanum” op het eerste deel van de graaltrilogie “Willem van Oranje, Parzival en de Graal” van Werner Greub de geestesstrijd beschreven die achter de schermen van het centrum van de Algemene Antroposofische Vereniging, het Goetheanum, Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap in Dornach, Zwitserland heeft gewoed en die ertoe heeft geleid dat het tweede deel van Werner Greubs graaltrilogie “Van Parzival tot Rudolf Steiners wetenschap van de Graal” noch het derde deel “Wakker worden aan Goethe” zoals oorspronkelijk aangekondigd, niet door het Goetheanum werden uitgegeven, maar pas zo’n dertig jaar later in 2003 en 2004 na de schrijvers dood in 1997 en wel in eigen beheer door zijn zoon Dr. Marcus Greub. Niet alleen was dat in tegenspraak met de oorspronkelijke afspraak tussen de uitgever en de schrijver, maar ook werd de schrijver nooit op de hoogte gesteld waarom en door wie de uitgave van deze twee delen werd tegengehouden; ook een door de schrijver dezes in 1986 ingediende motie aan ledenvergadering van de Algemene Anthroposofische Vereniging om opheldering hieromtrent werd door het bestuur gebagatelliseerd. Toegang tot het orgaan van deze vereniging “Das Goetheanum” en andere antroposofische bladeren, zoals “Die Drie”, het orgaan van de Antroposofische Vereniging in Duitsland, om zijn werk te verdedigen werd Werner Greub ontzegd en daarom zag hij zich genoopt om de achtergrond van deze geestesstrijd in deel 2 en 3 van zijn graaltrilogie af te schilderen, iets wat hij vooral in het zevende hoofdstuk “Uiteenzetting met mijn critici” van deel 2 doet, maar ook elders. Hieruit blijkt dat in dit geval, dat echter helemaal geen incident is en ook hier te lande volop navolging heeft gekregen, van een vrij geestesleven dat zo hoog in het vaandel van de antroposofie staat cq. dient te staan geen sprake is…

Een van de strijdpunten van deze Graaloorlog om het Goetheanum was de in deze afleveringen al ter sprake gekomen kwestie van het leeftijdsverschil tussen de twee Jezuskinderen (zie ook mijn inleiding op afl. 7). Aan het einde van deze 9de aflevering roept de schrijver het Goetheanum op om grond van de aanwijzingen van Rudolf Steiner een niet-contradictoire chronologie van de Evangeliën op te tekenen. Voor zo ver mij bekend, staat hij nog steeds alleen in zijn standpunt dat dit verschil niet enkele maanden bedraagt, maar 5¼ jaar, waarmee hij eigenlijk al, zoals moge blijken in het verdere verloop van deze uiteenzetting, in principe aan zijn eigen oproep voldaan heeft. Hoe het ook zij, ik daag bij deze de leiding van het Goetheanum in Dornach, dan wel de plaatselijk afdeling hier te lande in Driebergen, uit om eindelijk de handschoen op te pakken en eraan mee te werken dat dit beeld van “ruziënde dogmatici” wordt omgevormd tot het beeld van serieuze geesteswetenschappers, die in onderlinge broederlijke geestesstrijd ernaar streven om de voor het Christendom immers niet onbelangrijke kwestie van de twee Jezuskinderen, als onderdeel van het Jezus-Mysterie in het kader van “Het Vijfde Evangelie” van Rudolf Steiner op te helderen.

Rudolf Steiner kwam er niet meer aan toe om een reeks voordrachten over het Jezus-Mysterie en het tijdsverschil tussen de beide Jezusgeboortes te houden, maar hij heeft ons de middelen in handen gegeven om dit leeftijdsverschil uit de eenduidige Evangeliënpassages af te leiden.

Deze taak heeft ook een vertegenwoordiger van de groep C (zie deel 1 van deze reeks), Ormond Edwards, op zich genomen. In zijn geschrift “A New Chronology of the Gospels” (Floris Books, Londen 1972) maakte hij zijn bevindingen bekend. Dientengevolge zouden de oudere Jezus op 4 januari van het astronomische jaar nul (dus in het jaar 1 v. Chr. volgens de gewone jaartelling), Johannes de Doper op 28 juni en de jongere Jezus op 25 december van hetzelfde jaar zijn geboren. Ormond Edwards komt dus ook niet tot het resultaat dat de geboortes van de beide Jezuskinderen slechts “enkele jaren” van elkaar verwijderd zijn; hij heeft om de beide geboortes onder te brengen slechts tien dagen minder dan een heel jaar nodig.

Ik negeer de formulering “enkele maanden” geenszins, wil echter in die uitdrukkingswijze niet een exacte tijdsverwijzing zien, maar een door Rudolf Steiner volbewust in een onbepaalde vorm uitgesproken voorbehoud. Hij had één of andere formulering nodig om een tijdsverschil te karakteriseren, waarmee nu al rekening moest worden gehouden, maar dat pas in latere voordrachten nog heel exact te bepalen was.

Het kan daarom hier niet gaan om ernaar te streven de geboortedatums zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen, maar ze in overeenstemming met de historische werkelijkheid te brengen.

Alvorens deze werkelijkheid echter gevonden kan worden, moeten de oude tegenstrijdigheden uit de wereld worden verholpen. Dat lukt Ormond Edwards niet. In tegendeel, hij verplaatst ook nog de dood van Herodes naar het “jaar nul” en belast zich daarmee met duizenden tegenstrijdigheden, die voorheen helemaal niet voorhanden waren. Bij hem geldt geen enkele erkende datum meer. De enige datum die bij deze “nieuwe chronologie” met de werkelijkheid overeenkomt is het jaar 33, het jaar waarin het mysterie van Golgotha plaatsvond. De redding van deze – tenminste deze enige – lukt hem alleen, omdat hij het leven van de Gekruisigde eenvoudig met een jaar verkort.

Hoe komt Ormond Edwards tot zo’n fantastisch-onwerkelijk idee? Hij heeft zich met Flavius Josephus, de in het jaar 37 na Chr. geboren Joodse historicus van de eerste eeuw bezig gehouden. In diens werk “De Oude Geschiedenis van de Joden” (Baarn, 1997-1998) wordt een gebeurtenis – kort voor de dood van Herodes – als volgt beschreven:
“Deze Matthias (de hogepriester) werd dus door Herodes uit zijn ambt gezet, de andere Matthias echter, die het oproer gesticht heeft, liet hij met enkele consorten levend verbranden. In dezelfde nacht vond een maansverduistering plaats.”

Werner Greub

Het beeld is indrukwekkend. Levende mensen in wakkerende vlammen en dan in de hemel de verduisterde maan.

Deze maansverduistering is natuurlijk allang door de astronomen berekend. Oswald Gerhardt noemt haar al in 1922 in zijn geschrift “Der Stern des Messias” in hoofdstuk IV. Hij schrijft:
“Volgens de berekeningen van Ginzel e.a. vonden er twee in Jeruzalem zichtbare maansverduisteringen plaats: 12/13 maart 4 v. Chr. en 9/10 januari 1 v. Chr. Doordat men nu aannam dat in het eerstgenoemde jaar vier weken na die verduistering het Passahfeest plaatsvond (op 9 of 10 april), vond men deze tijd te kort voor de veelvoudige politieke gebeurtenissen, waarvan Josephus in dezelfde context gewag maakt. Daarentegen was de tussentijd tussen verduistering en Passah in het jaar 1 een volle twee maanden langer, waarom dan ook Sanclemente, Usser, Fréret, Ginzel e.a. dit jaar als het sterfjaar van Herodes achtten.

Dat zij dit ten onrecht geloofden – het jaar 4 v. Chr. is het enig toepasselijke jaar – heeft Gerhardt enkele zinnen later als volgt uiteengezet:
“1. Herdodes regeerde vanaf de dood van Antigonus voor een periode van 34 jaar, maar vanaf zijn benoeming door de Senaat 37 jaar; beide leiden naar het jaar 4 als het einde van zijn regering.
2. Archelaus werd in het jaar 6 na Chr. verbannen; omdat dit zijn tiende regeringsjaar was, heeft hij zijn vader Herodes in het jaar 4 opgevolgd.
3. Antipas regeerde – volgens drie teruggevonden munten – 43 jaar; in het jaar 39 na Chr. werd hij ontslagen, dus moet zijn regering in het jaar 4 v. Chr. zijn begonnen.
4. Phillippus stierf 33 na. Chr. na 37 jaar geregeerd te hebben, dus begon eerstgenoemde op 4 v. Chr.
Op grond van deze historisch vastgestelde datums blijkt eensluidend dat Herodes in 4 v. Chr. gestorven is.”

Daar de “Nieuwe chronologie” al die bovengenoemde datums in de wind slaat en het vermoeden van de daarmee weerlegde onderzoekers opneemt en, zich daarbij op Flavius Josephus baserend tot zekerheid verheft, zij hier opgemerkt: Josephus noemt in zijn werk helemaal geen gegevens uit het jaar nul. Na het jaar 4 v. Chr., waarin zich de gebeurtenissen opstapelden, gaapt er in het werk van Josephus een voor Ormond Edwards argumentatie zeer fatale leemte tot aan het jaar 6 na Chr.. Josephus kan de maansverduistering van het jaar 4 v. Chr. geenszins met die van het jaar nul verwisselt hebben, omdat hij over het jaar nul helemaal niets vermeldt.

Het had Edwards echter op moeten vallen dat zijn zegsman Josephus telkens weer over de acties en reacties van een landvoogd bericht die hij Varus noemt. Deze Varus is Quinctilius Varus, die wij beter uit de Germaanse oorlogen kennen, met name uit het lied over de “frech gewordenen Römer”. (Noot: De auteur spreekt hier zijn Duitssprekende lezers aan over een verleden tijd dat er ook in ons land Germaanse stammen zonder de huidige grenzen woonden. De zinsnede uit het lied vertaalt zich als “brutaal geworden Romeinen” en stamt uit een Duits trek- of reislied “Als die Römer frech geworden …zogen sie nach Deutschlands Norden…”)

In het jaar 4 v. Chr. was Varus landvoogd. Edwards zou dus tegelijk ook nog de landvoogdij van Varus en alle andere gebeurtenissen rondom de dood van Herodes naar het jaar nul moeten verschuiven, dan wel verstand toelaten en inzien dat een gebeurtenis dat in het jaar 4 v. Chr. plaatsvond niet in het jaar nul ondergebracht kan worden.

Varus werd opgevolgd door Cyrenius, die in de jaren 3 en 2 v. Chr. regeerde. Lucas noemt hem als landvoogd tijdens de geboortedatum van de jongere Jezus. Dus moet de geboorte van de jongere Jezus in diens ambtsperiode plaatsgevonden hebben: 3 of 2 v. Chr.

Cyrenius is die P. Sulpicius Quirinius aan wie na een tweejarige landvoogdij in het jaar 753 AUC het eervolle ambt van rector van de erfgenaam van Augustus, de jonge Keizer Gaius, werd verleend. (Noot: AUC staat voor het Latijnse Ab Urbe Condita, "Vanaf de Stichting van de Stad" of Anno Urbis Conditae, "in het Jaar van de Stichting van de Stad", en telt de kalenderjaren sinds de stichting van Rome. Deze vond volgens de overlevering plaats in 753 v.Chr.). Quirinius was in het jaar nul (dus 1 v. Chr.) niet langer landvoogd in Syrië, maar militair adviseur en stafchef aan het hoofdkwartier van de gedoodverfde opvolger van Augustus aan de Boven-Eufraat.

Omdat Lucas gelijk heeft met zijn melding van Cyrenius, kan de geboorte van Jezus niet gewoonweg naar het jaar nul verschoven worden. Edwards zou echter eerder de datum van het rectoraat in twijfel trekken die Tacitus aan ons heeft overgeleverd. Met zinnen zoals: Cyrenius werd wellicht al in het jaar 753 AUC benoemd, maar zou dit ambt mogelijkerwijze pas na het “jaar nul” aanvaard hebben, zijn al vele historisch vastgestelde datums “ontkracht”. Aan dit alles-in-twijfel-trekken wat niet bij de eigen theorie past, lijdt tegenwoordig de chronologie van de Evangeliën. Men corrigeert liever de hele wereldgeschiedenis dan de eigen verkeerde voorstellingen.

Tacitus was geen bijzondere vriend van Quirinius; wanneer hij diens eervolle benoeming tot adviseur van de toenmalige erfgenaam van het Romeinse Rijk vermeldt, dan doet hij dat omdat het overeenkomt met de feiten. Zijn tijdgenoten zouden hem gecorrigeerd hebben, indien hij een dergelijke melding niet of onjuist zou hebben gemaakt. Deze datum is echter ook op zich begrijpelijk. Quirinius was destijds de beste legeraanvoerder die er ter beschikking stond om de jonge Keizer in zijn eerste oorlog te adviseren. Deze oorlog in Armenië begon aan het begin van het jaar 754. De legeraanvoerder moest de Keizer daarom al ter voorbereiding van deze krijgstocht, dus in het jaar 753, ter beschikking staan. Quirinius moest tot ongeveer Kerstmis van het jaar nul als stafchef het marsplan gereed hebben gemaakt en kon derhalve omstreeks deze tijd in geen geval verder landvoogd in Antiochië zijn. Dat betekent echter in de zin van het Lucas-Evangelie dat het plaatsen van de geboorte van Jezus in het jaar nul verkeerd is.

Ormond Edwards weerspreekt zowel het Lucas-Evangelie als het Marcus-Evangelie, de gewaarborgde historisch overlevering van de dood van Herodes en ook Rudolf Steiners eenduidig onderzoeksresultaat volgens welke de leeftijd van de Gekruisigde geenszins 32⅓ maar eenduidig 33⅓ jaar was. Ormond Edwards kan daarom niet verwachten dat we zijn “nieuwe chronologie” goedkeuren.

Bijzonder bevreemdend is dat men Rudolf Steiner als zegsman aanvoert door te beweren dat deze meestal spreekt van een drieëndertig jaar durend Christusleven en ook van het “33 jaarritme”, hetwelk leven zijn stempel op het verloop van de geschiedenis heeft gedrukt, maar dat zijn voorbeelden aantoonden dat dit ritme zich ook in 32¼ jaar heeft zou hebben voltooid! Daarop kan slechts geantwoord worden: nee! Zulke voorbeelden bestaan niet. Dat voorbeeld bestaat ook niet in de aangevoerde voordracht. Rudolf Steiner heeft zich nooit in de drieëndertig jaar vergist, en hij heeft uit “drie jaar”ook geen embryonale cycli gemaakt of een kalenderjaar na negen maanden als vervuld beschouwd.

Het zou eens een taak van de Mathematisch-astronomische Sectie aan het Goetheanum, Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap in Dornach moeten zijn om Rudolf Steiners aanwijzingen voor een chronologie van de Evangeliën op een niet-contradictoire wijze op te tekenen. Rudolf Steiner spreekt zichzelf niet tegen. Wie hem tegenstrijdigheden in de schoenen wil schuiven, zou eerst moeten toetsen of hij hem niet zelf verkeerd begrepen heeft.

Wat bericht de evangelist Lucas nu werkelijk?

meer info:

http://www.trouwcommunities.nl/religie-filosofie/opinie/blogs/2650/11311.html

 

 

 

 http://www.willehalm.nl/degoudentip.htm

 

www.willehalm.nl/confessions.htm  

 
 
 
 

About juznisloveni

Auteur
This entry was posted in Nieuws en politiek. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s